Ho ho ho!
Elk jaar trap ik er weer in: de commercie die feestdagen heet.
Sla ik in september al strooigoed en truffelpepernoten in, zodat ik tegen de tijd dat het Sinterklaas is, al misselijk word als ik er alleen al naar kijk.
Sta ik op zaterdagmiddag in de stad terwijl ik bijna omver wordt gelopen door mensen die op het laatste moment toch een cadeautje voor tante Truus moeten kopen en breek ik mijn hoofd over geschikte cadeautjes voor mijn eigen familie, terwijl ik daar buiten de feestdagen om nooit moeite mee heb.
Vraag ik me af of er thuis wel genoeg kerstsfeer is, en sla ik kerstballen en andere glinsterende accessoires in die ik dan vervolgens constant moet verplaatsen omdat ik dan geen glas meer op tafel kan neerzetten zonder dat de kerststukken in de verdringing komen.
Overweeg ik dit jaar dan eens om echte kerstkaarten te kopen en op te sturen. Op 24 december.
Is mijn garderobe ineens niet compleet zonder iets met pailletten, lurex of andere glimstofjes want ‘je weet maar nooit hoeveel kerstborrels er dit jaar zijn’. Uiteraard eindig ik in huispak en pantoffels op de bank.
Wil ik een 3-gangen diner maken terwijl ik stiekem na het hoofdgerecht al vol zit en eigenlijk meer trek heb in een simpele stamppot of een pan pasta.
Bedenkt mijn vriend dat het misschien wel leuk is om vuurwerk te kopen, en zelf oliebollen te bakken. Op 31 december, tegen het einde van de middag.
Op 1 januari slaak ik dan net als een groot deel van de bevolking een diepe zucht. Een nieuw jaar,helemaal blanco. Een schone lei om zelf mee te beginnen. Dat vind ik eigenlijk veel belangrijker dan de feestdagen.





